Mens
-
Elk mens is uniek, met zijn eigen waarde en waardigheid, die onvervangbaar zijn.
-
Elk mens heeft, ongeacht zijn ras, nationaliteit, geslacht, sociaal milieu, religie of levensbe-schouwing het recht een eigen identiteit te ontwikkelen, die in ieder geval gekenmerkt wordt door zelfstandig¬heid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid.
-
Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig met de zintuiglijk waarneembare en de niet zintuiglijk ervaarbare werkelijkheid.
-
Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo aangesproken.
-
Elk mens wordt als cultuurvernieuwer erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangespro¬ken.
Samenleving
-
Mensen moeten werken aan een samenleving die ieders onvervangbare waarde en waardigheid respecteert.
-
Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.
-
Mensen moeten werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan.
-
Mensen moeten werken aan een samenleving die respectvol en zorgvuldig aarde en wereld¬ruimte beheert.
-
Mensen moeten werken aan een samenleving die de natuurlijke en culturele hulpbronnen in verant-woordelijkheid voor toekomstige generaties gebruikt.
School
-
De school is een relatief autonome coöperatieve organisatie van betrokkenen.
-
In de school hebben de volwassenen de taak voorgaande uitspraken over mens en samenleving tot (ped)agogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken.
-
In de school wordt de leerstof zowel ontleend aan de leef- en belevingswereld van de kinderen als aan de cultuurgoederen, die de maatschappij als belangrijke middelen worden beschouwd voor de hier geschetste persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling.
-
In de school wordt het onderwijs georganiseerd in pedagogische situaties en met behulp van pedagogi¬sche onderwijsmiddelen.
-
In de school wordt het onderwijs vorm gegeven door een ritmische afwisseling van de basisactivitei¬ten gesprek, spel, werk en viering.
-
In de school vindt heterogene groepering van kinderen plaats.
-
In de school wisselen ontwikkelt onderwijs en zelfstandig spelen en leren van kinderen elkaar af.
-
In de school nemen ontdekkend-onderzoekend leren en groepenwerk een belangrijke plaats in.
-
In de school vinden gedrag- en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van een kind en in overleg met dit kind.
-
In de school worden veranderingen gezien als een nooit eindigend proces, gestuurd door een consequente wisselwerking tussen doen en denken.
|